Wetenschap

Persoonlijk bloedtransfusieprotocol leidt bij specifieke patiënten tot een veiligere bloedtransfusie

Lees online

Het risico op de vorming van irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA) wordt in de algemene populatie geschat op 1-3%. Bij patiënten die bekend zijn met IEA neemt het risico op additionele antistoffen toe tot 20-25%. Daarom wordt voor deze patiënten Rhesus- en Kell-compatibel donorbloed gekruist.
In acute situaties is vaak geen tijd voor deze preventieve maatregelen. Ongekruist (O-negatief) bloed kan dan worden uitgegeven, met een groter risico op transfusiereacties en antistofvorming, vooral bij patiënten die al eerder een antistof hebben gevormd.

Literatuur

  1. Shulman IA, Nelson JM, Nakayama R. When should antibody screening tests be done for recently transfused patients. Transfusion 1990;30:39-41.
  2. Walker RH, Lin DT, Hartrick MB. Alloimmunization following blood transfusion. Arch Pathol Lab Med 1989;113:254-61.
  3. Schonewille H, van de Watering LM, Brand A. Additional red blood cell alloantibodies after blood transfusions in a nonhematologic alloimmunized patient cohort: is it time to take precautionary measures? Transfusion 2006;46:630-5.
  4. Schonewille H, de Vries RR, Brand A. Alloimmune response after additional red blood cell antigen challenge in immunized hematooncology patients. Transfusion 2009;49:453-7.
  5. Schonewille H, Van de Watering LMG, Loomans DSE, et al. Red blood cell alloantibodies after transfusion: factors influencing incidence and specificity. Transfusion 2006;46:250-6.
  6. Strobel E. Hemolytic transfusion reactions. Transfus Med Hemother 2008;35:346-53.
Wetenschap

Persoonlijk bloedtransfusieprotocol leidt bij specifieke patiënten tot een veiligere bloedtransfusie

Het risico op de vorming van irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA) wordt in de algemene populatie geschat op 1-3%. Bij patiënten die bekend zijn met IEA neemt het risico op additionele antistoffen toe tot 20-25%. Daarom wordt voor deze patiënten Rhesus- en Kell-compatibel donorbloed gekruist.
In acute situaties is vaak geen tijd voor deze preventieve maatregelen. Ongekruist (O-negatief) bloed kan dan worden uitgegeven, met een groter risico op transfusiereacties en antistofvorming, vooral bij patiënten die al eerder een antistof hebben gevormd.

Literatuur

  1. Shulman IA, Nelson JM, Nakayama R. When should antibody screening tests be done for recently transfused patients. Transfusion 1990;30:39-41.
  2. Walker RH, Lin DT, Hartrick MB. Alloimmunization following blood transfusion. Arch Pathol Lab Med 1989;113:254-61.
  3. Schonewille H, van de Watering LM, Brand A. Additional red blood cell alloantibodies after blood transfusions in a nonhematologic alloimmunized patient cohort: is it time to take precautionary measures? Transfusion 2006;46:630-5.
  4. Schonewille H, de Vries RR, Brand A. Alloimmune response after additional red blood cell antigen challenge in immunized hematooncology patients. Transfusion 2009;49:453-7.
  5. Schonewille H, Van de Watering LMG, Loomans DSE, et al. Red blood cell alloantibodies after transfusion: factors influencing incidence and specificity. Transfusion 2006;46:250-6.
  6. Strobel E. Hemolytic transfusion reactions. Transfus Med Hemother 2008;35:346-53.
Over dit artikel
Auteurs
Karlijn van Keulen, Ellen van der Zwan, Lenneke Waals-Prinzen
Over de auteurs

Dr. J.K. van Keulen*, aios klinische chemie
Correspondentieadres: karlijnvankeulen@gmail.com

Dr. E.M. van der Zwan*, laboratoriumspecialist klinische chemie
Correspondentieadres: e.vanderzwan@franciscus.nl

Dr. ir. L. Waals-Prinzen, laboratoriumspecialist klinische chemie
Correspondentieadres: l.waals-prinzen@franciscus.nl

Franciscus Gasthuis & Vlietland, Klinisch Chemisch Laboratorium & Trombosedienst, Kleiweg 500, 3045 PM Rotterdam

* deze auteurs leverden een gelijke bijdrage

E-pubdatum
3 december 2018
ISSN online
2589-6296


Over dit artikel
Auteurs
Karlijn van Keulen, Ellen van der Zwan, Lenneke Waals-Prinzen
Over de auteurs

Dr. J.K. van Keulen*, aios klinische chemie
Correspondentieadres: karlijnvankeulen@gmail.com

Dr. E.M. van der Zwan*, laboratoriumspecialist klinische chemie
Correspondentieadres: e.vanderzwan@franciscus.nl

Dr. ir. L. Waals-Prinzen, laboratoriumspecialist klinische chemie
Correspondentieadres: l.waals-prinzen@franciscus.nl

Franciscus Gasthuis & Vlietland, Klinisch Chemisch Laboratorium & Trombosedienst, Kleiweg 500, 3045 PM Rotterdam

* deze auteurs leverden een gelijke bijdrage

E-pubdatum
3 december 2018
ISSN online
2589-6296